Winkelwagen

R 4


Renault 4: een manier van leven

Wie in de jaren zestig of zeventig van de vorige eeuw een Renault 4 bezat, was eigenlijk heel bijzonder. Zo iemand had óf niet veel geld en wilde toch een volwaardige auto óf hij of zij  was toen al gecharmeerd van deze kleine maar handige auto, die zijn tijd zo ver vooruit was.

De eerste categorie eigenaren bestond in de jaren zestig van de vorige eeuw voornamelijk uit jonge mensen die studeerden of net hun eerste baantje hadden. Ze wilden gewoon een goedkope nieuwe of tweedehands auto waarmee ze met vier vrienden en drie kratten bier naar een feestje of popfestival konden rijden, de afgedankte meubels van opa en oma naar hun studentenflat konden verhuizen en waarmee ze ook nog konden pronken bij hun minder fortuinlijke vrienden. Het was de hippietijd en dat was te zien aan de vrolijke kleuren waarin sommigen hun koekblikjes, zoals ze ook wel liefdevol genoemd werden, beschilderden. Soms zag je ze zelfs rijden met gebloemde gordijntjes voor de zijruiten. Those were the days...

De tweede categorie bestond uit mensen die om uiteenlopende redenen bewust kozen voor een betaalbare, compacte en betrouwbare auto. ’t Kon zijn omdat ze domweg het geld niet hadden om iets duurders te kopen, maar meestal was het omdat ze al lang gezien hadden hoeveel waar je voor je geld kreeg. Immers, een gloednieuwe Renault 4 kocht je in de begintijd al vanaf ongeveer 4.000 gulden, dat is iets meer dan 1.800 Euro... Kom daar nu maar eens om. Deze categorie mensen wisten dat je eigenlijk een dief van je eigen portemonnee was als je niet veel te besteden had en dan toch iets anders kocht.


Ga maar na: voor dat schamele bedrag kreeg je wel heel erg veel auto. Het ding reed superzuinig (1 op 14,5), het onderhoud was ook niet duur, maar het allergrootste voordeel van de Renault 4 was de ruimte die je kocht. In een paar seconden haalde je de achterbank eruit, zodat je je vierpersoonsauto kon omtoveren tot een volwaardige bestelauto met vlakke laadvloer met een ruim uitgevallen vijfde deur. De auto kon zo ook gebruikt worden als minicamper, waarbij de vijfde deur dan diende als bescherming tegen de regen, terwijl in het achterste deel op het butagasstelletje de maaltijd werd bereid.

Dit is de eenentwintigste eeuw, een nieuwe Renault 4 rolt allang niet meer uit de fabriek. De laatste rolde in 1993 in het toenmalige Joegoslavië van de band. (In 1994 schijnen de aller-allerlaatste 150 stuks in Marokko te zijn geassambleerd?) In Nederland rijden er op dit moment ‘in het wild’ niet meer dan een kleine duizend exemplaren rond. Een onbekend aantal staat nog eens opgeslagen in schuur of garage, wachtend op betere tijden.

Wie eenmaal een Renault 4 gehad heeft zal er zijn hele leven in zijn hart altijd een plaatsje voor houden.